Fysiotherapie en ergotherapie: je hebt vast van beide wel eens gehoord. Maar wat houden ze precies in? Wanneer heb je fysiotherapie nodig en wanneer ergotherapie?
We leggen hier uit wat beide therapievormen inhouden en voor welke klachten je het meest geholpen bent met fysiotherapie, dan wel ergotherapie.

Fysiotherapie

Fysiotherapie is een vorm van therapie die gericht is op het zogenaamde ‘steun- en bewegingsapparaat’. Daaronder vallen bijvoorbeeld je spieren, botten en gewrichten. Klachten waarbij fysiotherapie uitkomst kan bieden variëren van een verlies in mobiliteit, bijvoorbeeld door een operatie, pijnklachten, zoals van een ontstoken schouder, tot problemen met balans.
De fysiotherapeut stelt diagnoses en beschikt over een breed arsenaal aan behandelmethoden. Typische fysiotherapie behandelingen zijn massage en lichamelijke oefeningen.

In Nederland is fysiotherapie een 4-jarige HBO-opleiding. Een fysiotherapeut is dus geen arts maar een paramedisch specialist die beschikt over specifieke kennis.

Wanneer heb je fysiotherapie nodig? Fysiotherapie richt zich dus op het steun- en bewegingsapparaat. Als je klachten hebt die hieraan gerelateerd zijn, zal je vaak in eerste instantie naar de huisarts gaan. Deze kan je dan doorverwijzen naar een praktijk voor fysiotherapie.  Maar, je kunt ook rechtstreeks naar een fysiotherapeut. Wanneer deze van mening is dat je klachten niet met fysiotherapie verholpen kunnen worden, zal hij of zij je altijd adviseren alsnog naar de huisarts te gaan.
Op veel sportscholen kun je tegenwoordig ook voor fysiotherapie terecht. De sportschool beschikt over een interne therapeut, of je kunt er naar het fysiotherapie spreekuur van een externe therapeut. Als je vermoedt dat je klachten voortkomen uit een blessure door het sporten of door je werk, dan is fysiotherapie via de sportschool een interessante mogelijkheid. Vanwege de ervaring van zo’n sportfysio kan deze soms bepaalde klachten herkennen waar een huisarts niet direct aan denkt.

Een therapievorm die nog wel eens verward wordt met fysiotherapie, en er ook zeker raakvlakken mee vertoond, is ergotherapie. Daarover hieronder meer.

Ergotherapie

Waar in fysiotherapie de focus ligt op het functioneren van botten, spieren en gewrichten, ligt de nadruk in ergotherapie op handelingen. Ergotherapie wordt niet alleen ingezet wanneer een patiënt bepaalde handelingen niet meer kan verrichten door lichamelijke klachten maar ook wanneer psychische klachten een rol spelen. Dit is een van de grootste verschillen met fysiotherapie.
Een inmiddels verouderde benaming van ergotherapie is ‘arbeidstherapie’. Deze term doet echter geen recht aan het brede scala aan problemen waarvoor ergotherapie ingezet wordt.

In ergotherapie wordt gekeken naar het functioneren van het lichaam binnen het kader van de omgeving en dagelijkse handelingen.
Ergotherapie wordt bijvoorbeeld toegepast waneer een patiënt moet revalideren en opnieuw moet leren bepaalde taken zelfstandig uit te voeren. Maar ook dementerende ouderen, die als ze op een andere manier leren omgaan met hun dagelijkse activiteiten langer zelfredzaam blijven, kunnen baat hebben bij ergotherapie. Andere voorbeelden zijn mantelzorgers die klachten ondervinden door de zorgtaken die ze verrichten, of kinderen die moeilijk mee kunnen komen op school omdat ze fysiek nog niet zo goed in staat zijn te schrijven.

Omdat het werkveld binnen de ergotherapie zo breed is, lopen ook de behandelmethoden erg uiteen.
Een belangrijk onderdeel van ergotherapie is het in kaart brengen van de problemen. Net als in fysiotherapie, kan de therapeut dus diagnosticeren. Een verschil met fysiotherapie is dat bij ergotherapie de therapeut niet alleen het lichaam van de patiënt onderzoekt maar ook kijkt naar de plaatsen waar de problemen zich voordoen. De ergotherapeut observeert de patiënt dan bijvoorbeeld thuis, op school of op het werk. Op deze manier krijgt de ergotherapeut een goed beeld van de problematiek.
Ergotherapie behandelingen kunnen bestaan uit voornamelijk lichamelijke methoden, zoals hulpmiddelen leren gebruiken of een nieuwe werkhouding aanwennen, maar ook methoden die erop gericht zijn om bijvoorbeeld te leren energie beter over de dag verdelen of om de eigen grenzen te respecteren.

Hoewel de kop van dit artikel ‘Fysiotherapie versus ergotherapie’ luidt, om de verschillen tussen de twee te duiden, gaan ze vaak hand in hand. Ergotherapie vormt dan een aanvulling op de fysiotherapie of andere (para)medische behandelingen.
Je kunt rechtstreeks contact opnemen met een prakijk voor fysiotherapie of ergotherapie maar als je niet zeker weet welke therapievorm in jouw situatie uitkomst biedt, dan is de huisarts de aangewezen persoon om je de weg te wijzen.